Hoe kom ik van het piekeren af?

keep-calm-and-carry-on

keep-calm-and-carry-on

Ik pieker. Al van kinds af aan. En omdat ik een akelig levendige fantasie heb, is dat piekeren ook nog éxtra nasty. Laat ik mezelf gaan, dan maak ik in mijn hoofd steeds weer een nieuwe horror mee. Stephen King zou misschien jaloers zijn op deze schier onuitputtelijke inspiratiebron van ellende, maar dat is dan zijn probleem. Zelf vind ik de boeken van King bijna zo erg als mijn eigen verzinsels. Ik wil ermee stoppen! Dus op naar een oplossing.

Dit keer legde ik mijn vraagstuk voor aan coach Hans. ”Hoe kom ik van dat piekeren af? En als dat niet kan: hoe zorg ik er tenminste voor dat het minder wordt?” Hans had er alle vertrouwen in dat het in ieder geval véééél minder kon worden. Fijn zeg!

De touch down

De grootse geruststelling: de inhoud van mijn piekergedachten zegt niets over de realiteit. Ehhh? Eye opener!? Volgens Hans is het absolute onzin om je gedachten serieus te nemen. En ineens herinner ik me een gevleugelde uitspraak van papalief: ”Het brein is als een dronken aap, die net is gestoken door een schorpioen: het kan werkelijk álles bedenken. Negatief, dan wel positief.” Oh ja.. ”Iedereen piekert,” vertelt Hans. ”Piekeren is een standaard activiteit van de hersenen. En het onderwerp waarover je piekert, maakt eigenlijk niet zoveel uit, zolang er maar gepiekerd kan worden.”

Hersenen kunnen uitsluitend actief zijn in het verleden of in de toekomst. Is het misschien de overlevingsdrang, de zuivere biologie die ons aanzet tot piekeren? Evolutie moet vooruit, dus wij ook, zoiets? Hoe dan ook is ergens in de ‘grijze functieomschrijving’ het volgende taakje beland (wie heeft toch in vredesnaam dat functieprofiel geschreven?!): ”Vergelijk continu heden en verleden en bepaal wat er in de toekomst beter kan ten opzichte van nu en toen.” En het moet van het brein altijd beter. En dat betekent voor de hersenen dus dat het nú in elk geval niet goed is. En die twee samen resulteren weer in piekergedachten ”Ik ben niet genoeg dit, dat, zus en zo. Als ik dat allemaal wel zou zijn dan….” en bij dat ”dan” ligt voor de hersenen het fictieve geluk. Het is de illusionaire wortel die nooit gegeten gaat worden. Want de hersenen werken in het beperkte kringetje van een caviarad. Hmm, dus piekeren zegt meer over de hersenen dan over mij? Het wordt nog scherper dan dat…

Hoe ga je ermee om?

We vinden het allemaal heel logisch dat onze benen beginnen te bewegen zodra we ergens heen willen lopen. En we vinden het even logisch dat die benen stoppen met lopen, zodra je weer gaat zitten, – enkele neuroten met een zenuwbeen daar gelaten. Maar realiseren we ons wel, dat ook het brein zo’n orgaan is in ons lichaam, waar wij opdrachten aan kunnen geven? En welke we tot rust kunnen brengen als het eigenlijk niets bijdraagt en soms zelfs iets kapot maakt? Piekeren is zo’n destructief breinding, dat ik het liefste standaard uit zou zetten.

Waar zit de uitdaging?

De moeilijkheid om ‘regisseur’ te worden over je brein, zoals je ook meester over je benen bent, zit hem volgens Hans in het feit dat veel mensen niet beseffen dat ze hun brein en hun gedachten niet zíjn. En hoe weten we dat dat inderdaad niet zo is? Omdat we het brein en de gedachten kunnen waarnemen. Wie neemt waar? Jijzelf.

Einstein, -wat was de man ontzettend wíjs naast geniaal!- zei al zo treffend dat je een probleem nooit op kunt lossen op het niveau waarop het is ontstaan.

Mijn probleem: piekeren. Het niveau van het probleem: de hersenen. En het niveau om het probleem op te lossen? Het niveau dat boven de hersenen ligt. En dat niveau is ”het ik”(de waarnemer/getuige). Het ik is alleen aanwezig in het nu. Als je niet nadenkt, als je niet piekert, dan ben je in het nu. En alleen dan neem je waar vanuit je ik. En als je je dus realiseert dat je niet je brein en niet je gedachten bent, kun je er afstand van nemen om ernaar te kijken.

De praktische aanpak

En hier komen mindfulness en meditatie om de hoek. Op het moment dat je piekert (niveau hersenen), kun je je aandacht terugbrengen naar iets dat áltijd in het nu plaatsvindt. Namelijk alles wat je waarneemt via je zintuigen. Let bijvoorbeeld op je ademhaling (de geest volgt de ademhaling, zoals ook de ademhaling de geest volgt), sta stil bij de smaak in je mond, snuif de geur uit de omgeving op, luister naar alle geluiden, voel wat je voelt. Doe je dit, dan ben je direct ”terug” in het nu. Ik werd zo enthousiast van deze uitermate simpele oplossing (die slechts motivatie, discipline en waakzaamheid vergt) dat ik zowaar zin kreeg in de eerstvolgende piekergedachte. Kom maar op met die hersenspinsels, want ik vind het heerlijk om me op mijn ademhaling te focussen en daar rustig van te worden. Wat gaaf, een trigger die me steeds aanzet tot meditatie!? In het dagelijks leven probeer ik mezelf zo vaak mogelijk te herinneren aan de heerlijke mogelijkheid ‘in het nu’ te zijn. Maar een ‘meditatie-herinneringswekker’ die vaker afgaat dan met mijn eigen piekerellende kan ik me eigenlijk niet voorstellen!

Het resultaat

Na het telefoongesprek met Hans, begin ik direct met de oefening. En opvallend genoeg komt er nog vaker dan ik dacht een piekergedachte op. En fijn genoeg; het focussen op de ademhaling werkt direct. Ik word meteen rustig en aanwezig. Zelfs liefdevol. En het is ineens makkelijk om alle piekergedachten te relativeren. Te zien dat die gedachte slechts een gedachte is, waar ik helemaal niets mee hoef en waaraan ik geen enkele waarde hoef te hechten. Dat ik nooit tot een oplossing zal komen van het piekeronderwerp door verder te piekeren (immers; op hetzelfde niveau lukt dat niet). Dat piekeren écht nergens toe leidt dan tot een angstig meisje dat niet ten volle leeft. En dat zou toch verdomd zonde zijn! Ik merk dat het piekeren direct al veel minder wordt sinds ik erop let en mezelf bij iedere ‘ongedachte’ steevast terugbreng naar mijn ademhaling. Einstein, papa en Hans: bedankt!


Er zijn nog geen reacties

Voeg jouw reactie toe

Careerwise Nieuwsbrief

Ontvang het beste van Careerwise: ontdek je talenten, blijf leren, blijf ontdekken en maak het verschil (max. 2x per maand)