hoe ik uit de ratrace stapte careerwise by unsplash photo-1453230806017-56d81464b6c5

Hoe ik uit de ratrace stapte

De ratrace: ik hoor er vaak over. Vooral van mensen die bij grote bedrijven werken, en daar merken dat het tempo steeds verder opgevoerd wordt. Dit voelt enerzijds fijn; het is dynamisch, enerverend, spannend en het houdt je bezig. Voor veel mensen geeft druk bezig zijn een fijn gevoel. Daarbij heeft druk zijn ook heel lang status gehad.

Maar het kóst ook energie. Voor sommigen draait het rad om de concurrentie bij te kunnen blijven op den duur zo snel dat ze het niet meer volhouden. Als je omvalt tel je niet meer mee, maar het gebeurt heel vaak. Mensen zitten met stress- en vermoeidheidsklachten thuis; soms een paar weken, soms veel langer. Ook burn-out komt steeds vaker voor; en niet voor niets. Je zou liever op een eerder moment ingrijpen, maar soms lukt dat niet.

Het lichaam trekt aan de rem als we niet zelf tot stilstand komen wanneer dit nodig is. Tijdens het rennen is er geen ruimte om na te denken over wat je nu eigenlijk precies aan het doen bent, hoe dat voor jou als medewerker voelt en of je dat eigenlijk (nog) wel wilt. Als je, al of niet gedwongen door je wijze lijf, tot stilstand bent gekomen dan ontstaat daar alsnog de ruimte om na te denken. De positieve kant van de uitval.

Sommige mensen vallen niet uit, maar vinden de ratrace alles behalve fijn of goed werkbaar. Zij krijgen weer andere signalen waaruit ze kunnen opmaken dat ze niet (langer) op de goede plek zitten.

Waar sta je in de ratrace op je werk?

Ben jij nog steeds een medewerker? Of ben je inmiddels een meewerkend of zelfs lijdend voorwerp? Een ding is zeker: er komt in het bedrijfsleven steeds weer een nieuwe reorganisatie, propositie, merger of een concurrentie-dreiging van buiten. Waardoor het (werk)tempo opnieuw opgevoerd wordt.

Dat is het heimelijke kwartje van Kok in het (corporate) bedrijfsleven. Het verhoogde tempo, het overwerken, het extra tandje bijzetten wordt verkocht als iets situationeels – en dus tijdelijks. Maar het feitelijke kwartje van Kok kwam nooit terug, en zo is het ook met rustiger vaarwater op kantoor. Er zijn weliswaar heel korte periodes waarin het iets rustiger is, maar die duren zelden lang genoeg om voldoende te recupereren.

Hoe breken we uit het zelfgemaakte systeem?

Allemaal heel logisch in een wereld waarin aandeelhouders (die geen gevoel – want geen contact – hebben met en bij de mensen die ervoor zorgen dat de aandelen de moeite waard blijven) uitkijken naar groei op groei, op… groei van hun geld. De ratrace-dynamiek is het resultaat van de overtuiging Alleen meer is goed genoeg. Er is weliswaar discussie mogelijk over hoeveel meer het jaarlijks moet zijn, maar meer is en blijft het deviesEén woord, grote gevolgen.

Dit is geen klaagzang, maar mijn bevinding, mijn beeld van het systeem dat we voor onszelf hebben neergezet. Als we allemaal telkens in de markt de concurrent moeten blijven toppen, waar eindigt dat dan allemaal? Ik ben daar heel benieuwd naar. Het zou me niets verbazen als dit systeem uiteindelijk omvalt, maar of en hoe snel dat gebeurt: no clue.

Coaching om uit de ratrace te komen

Omdat het in grote bedrijven in elk geval de komende tijd relevant blijft, is dan de vraag: is dit de dynamiek waar je in wilt werken? Kun je een werkwijze en -tempo vinden waarin je meedoet, maar niet kopje onder gaat? Of is dit niet de plek voor je? Dit soort vragen heb ik voor mezelf beantwoord toen ik nog in loondienst werkte.

Inmiddels onderzoek ik de antwoorden op deze vraag vaak samen met jonge mensen die bijvoorbeeld tijdelijk uitgevallen zijn in hun werk. Ze komen naar mijn coachpraktijk omdat de ratrace hen te snel ging en ze onderweg zichzelf even zijn kwijtgeraakt. Of omdat ze zich afvroegen: Waar doe ik het eigenlijk voor? Het geeft geen of nauwelijks voldoening, is er niet meer te vinden?

De ratrace werkt verslavend

Wat ik apart vind: ik heb in mijn loondienst-tijdperk gemerkt dat de ratrace verslavend werkt. Misschien is dat puur de adrenaline die door je systeem giert wanneer je:

  • steeds op scherp staat
  • brandjes moet blussen
  • veel ballen tegelijk in de lucht houdt
  • je aan moet passen
  • telkens opnieuw moet leveren
  • in hoog tempo moet presteren

Er zit, zoals kort aangehaald, ook iets in van het gezamenlijk ergens voor gaan in uitdagende omstandigheden. Dat schept een band met collega’s die fijn voelt. Samen in diezelfde dynamiek, bijna alsof je samen aan een bepaald front vecht. Wanneer schier onmogelijke dingen lukken door goede samenwerking geeft dat een kick. De vergelijking met het front is natuurlijk schromelijk overdreven, maar toch zit er daar iets van bij in mijn belevenis.

Wellicht speelt het gevoel nodig te zijn ook mee als verslavend aspect van de ratrace. Dat doet me denken aan een oud-collega met enorm veel technische kennis. Altijd waren er nieuwe technische problemen, waarbij hij degene was die het snapte én het op kon lossen. Hetgeen hem tot een gewilde medewerker maakte. Dit bleef jaren zo gaan, en hij vond het niet erg om veel meer op kantoor te zijn dan thuis. Het rendement van waardering en nodig zijn was groot genoeg voor onze begaafde hekkensluiter.

De verdoving in de ratrace onderzoeken

En wat dacht je van verdoving? Een grote verslaving verdooft de gevoelens die horen bij diepe wonden van trauma’s die nog niet geheeld zijn. In de ratrace op het gemiddelde kantoor zal het met die trauma’s vast wel meevallen. Maar je kunt allerlei soorten en gradaties van gevoel verdoven. In mijn kantoortijd deed ik dat. Door mee te rennen in de ratrace had ik het eerst niet zo door.

Ik verdoofde niet alleen het gevoel dat me leerde dat ik iets deed dat niet bij me paste. Ook bedekte ik onbewust maar kunstig een gevoel van bezieling, leven en zelf denken. – Dit buiten de kaders van het stramien waar ik me in bevond. Dit leek ik in slaap te hebben gesust door volautomatisch mee te gaan met wat in de ratrace normaal was.

De dekmantel der vergetelheid bestond verder uit rationele argumenten om in de ratrace mee te blijven gaan. Ik heb toch leuke collega’s. En: Ik heb veel vrijheid vergeleken met anderen. Plus natuurlijk de oh zo menselijke hang naar veiligheid en zekerheid. Ik heb een vast contract, een goed salaris en weet niet wat ik er voor terug krijg als ik vertrek. De angst voor het onbekende verlamt ook lekker mee.

Het verraderlijke van de gouden kooi

Vreemd genoeg is dat wat aan de ene kant hélemaal niet goed en juist voelt, aan de andere kant dus ook prettig. Allerlei aspecten vallen te waarderen aan de plek waar je werkt. Dit maakt het ook moeilijker eruit te komen. Het is denk ik ook de reden dat je er vaak letterlijk en figuurlijk niet uitkomt als je lijstjes gaat zitten maken van voor- en nadelen van een baan.

De combinatie van met elkaar strijdige facetten van dezelfde werkplek wordt vaak de gouden kooi genoemd. Wat je op dat moment hebt is te bekend, te comfortabel, te veilig en rationeel gezien lijkt het zo onlogisch om het weg te doen. Ook oude overtuigingen kunnen een rol spelen in het hoe en waarom van lang blijven zitten. Bijvoorbeeld: Zekerheid boven alles, Geen schoenen weggooien voor je nieuwe hebt, etcetera.

Toch voel je vanuit een niet te vangen deel van jezelf dat het niet helemaal klopt. Dat hij weliswaar van goud kan zijn, maar dat het nog altijd een kooi is. Dat voelt misschien pas zo als je de plek ontgroeid bent, maar teveel groeiangsten hebt (en wellicht nog te verdoofd en in slaap bent) om eruit te breken en dus wat langer blijft zitten. Want iets kan tot die tijd natuurlijk ook een prima werkplek voor je zijn.

Het bestaan geeft hints in de juiste richting

Ik ben dankbaar voor het feit dat je altijd signalen krijgt van het bestaan (bijvoorbeeld door twijfel, emoties, lichamelijke signalen of waarschuwingen uit je omgeving van mensen die om je geven) die je aangeven dat je off track gaat. Zo kon ik mezelf in mijn kantoorbaan wel met argumenten een worst voor de neus houden om viermaal per week richting kantoor te fietsen, maar mijn hart dacht er anders over.

In een vergadering kon ik met een klein beetje enthousiasme vertellen hoeveel orders we dit keer aan boord hadden weten te houden in een sales-funnel. Maar als ik dan op het fietsje terug naar Scheveningen peddelde, dacht ik vaak baldadig: Nou én! Lekker belangrijk dat de sales nu iets beter gaan dan gister. Waar gaat dit verdomme nou helemaal over?

Een van de allersterkste signalen is je verlangen van dat moment. Zo zei een van mijn collega’s als hij echt moe was van het niet aflatend hoge tempo in de ratrace: Ik wilde dat ik gewoon twee weken lang op een onbewoond eiland zat, zonder mensen om me heen, zonder vragen, laptop en mobiel. Gewoon even heeeelemaal niets. Hij was verre, vérre van de enige op kantoor.

Schaamte over eruit willen stappen: wat ondankbaar

Soms schaamde ik me ervoor. Mijn geklaag over dat ik weg wilde en niet tevreden was in mijn loopbaan. Dat ik uit de ratrace wilde, die me inmiddels zo belachelijk voorkwam. Een kritisch stemmetje in me zei dan: Jemig, kijk eens wat je hébt. Het is óók leuk werk, met veel vrijheid. Is dat nog steeds niet genoeg dan? Kun je niet een beetje dankbaar zijn?

Dat stemmetje, gevoed door schuldgevoel over mijn inhalige wensen, sloeg de mentale muiterij dan weer een tijdje lam. Maar nooit voor lang. Waar de ziel niet wil zijn, daar wil de ziel niet zijn. Dat kan lang duren of kort, maar niet voor altijd. Nee. Want ik wilde eruit.

Een heel andere kijk op zaken die me in verwarring bracht

Iets wat me in verwarring bracht is het volgende. Toen ik aan mijn toenmalige directeur vertelde dat ik niet lekker meer zat, en iets anders wilde, opperde ze eerst diverse andere banen voor me binnen het bedrijf.

Toen zei ze (in mijn eigen woorden herhaald) dit. Weet je Sanne, het gaat er in feite niet om wát je precies voor werk doet. Het gaat erom met welke kwaliteit en bezieling je dat werk doet. Zo kon Mahatma Ghandi gewoon een paar uur een pleintje staan vegen en daar helemaal content mee zijn. Ik begreep wat ze bedoelde.

Ambitie-loos in het moment aanwezig zijn

Je kunt namelijk overal een zen-activiteit van maken. In het moment zijn, net als in meditatie. Zonder ambitie of verlangen aanwezig zijn bij wat zich aandient en dat als je weg zien. Dus vroeg ik me af of ik het wellicht allemaal verkeerd zag en er helemaal naast zat met mijn ideeën en wensen. Moest ik ze naast me neerleggen? En mijn talenten ook maar vergeten?

Als er meer mogelijk is in het leven, als iets anders véél passender voor me is… Is het dan echt beter om als spirituele exercitie boven die gammele bezem blijven hangen? Misschien was Mahatma als persoon niet het beste voorbeeld om te kiezen. Ten slotte kent de hele wereld de man, en dat is om ongeveer álles behalve het idee dat hij ascetisch aan zijn bezem gekluisterd zou zijn gebleven en niet zijn verlangen te hebben gevolgd om de wereld tot een betere plek te maken.

Waar vanuit een gegroeid bewustzijn ruimte is ontstaan voor meerdere opties, heb je ook de luxe te kunnen kiezen. En dat deed ik. Ik had zin in een ander soort spirituele exercitie: mijn denk- en leefkaders vergroten, en die van anderen op verzoek ook. Toch zie ik af en toe nog een beeld voor mijn geestesoog waarin Mahatma Ghandi me leunend op een bezem streng aankijkt. Brrr.

Alsof iemand anders door mijn ogen keek en iets vond

Ken je dat dat je soms ineens buiten jezelf lijkt te kijken? Alsof je vanuit een heel andere dimensie naar je eigen leven of gedrag kijkt? Dat had ik toen ik mezelf ver uitgezoomd ineens heen en weer zag fietsen tussen mijn appartementje en een heel, heel groot bedrijfsgebouw. Wát ben ik aan het doen? vroeg ik me af.

Ineens vond ik het op het absurde af een abstract concept dat ik elke dag mijn energie, tijd en toewijding verkocht voor wat geld en om dan dingen te doen die ik niet zou doen als ik er geen geld voor kreeg. Het was zo onwerkelijk om met die blik te kijken naar mezelf; hoe ik in dat stramien stapte elke werkweek. Elke keer die pc aan, dingetjes doen, regelen, vergaderingen bijwonen, actiepunten afvinken, targets halen… Echt? Is dit mijn (werkende) leven?

Een gek, ander perspectief naast (maar inhoudelijk haaks op) mijn andere mening dat het op zichzelf een superleuk bedrijf is waar ik voor werkte, met ontzettend veel leuke eigenschappen en eindeloos veel mogelijkheden.

Schop onder mijn kont om uit de ratrace te komen

Zoals ik al zei vertelt niet alleen je eigen systeem dat iets niet meer klopt. Het hele universum is bereid hiervan tekenen te geven, wanneer je gevoel eenmaal een andere kant op wijst. En dat gebeurde! Zo dronk ik af en toe een koffietje met een intelligente en wijze collega die me lang en doordringend aankeek, en met klem vroeg: Wannéér, Sanne? Wanneer? Hoe lang ga je dit nog uitstellen? Wanneer ga je doen wat écht bij je past?

Een vriend stelde een vraag die me nog meer wakker schudde: Weet je wat er straks op jouw grafsteen staat? Een salesgrafiek! Een tweede collega met mensenkennis zei humoristisch porrend: Zo. Achter welk project dat je van jezelf nog af moet maken ga je je deze maand verschuilen, San?

De stok-achter-de-deur-sessies

Met een derde, lekker doortastende no-nonsense collega had ik iets anders gecreëerd: de zogenaamde Stok-achter-de-deur-sessies. In deze blog lees je hoe je die voor jezelf kunt opzetten en wat je eruit kunt halen om zelf stappen in een voor jou wenselijke richting te zetten. Toen ik besefte dat ik vanuit mijn talenten iets wilde bijdragen (hoe klein ook), kwam de vraag: Maar hóé doe ik dat dan?

Als ik eenmaal weet wat ik wil, hoe breek ik dan uit mijn huidige positie? Bij mijn coachingsopleiding had ik geleerd dat je weliswaar met het einddoel voor ogen moest beginnen, maar vervolgens alles in kleine, haalbare stappen op moest delen. En dan steeds een stapje zetten. De stok-achter-de-deur-sessies hielpen hierbij.

Helpend inzicht over hoe ik uit de ratrace kon komen

Iets anders wat me op den duur inviel was een combinatie van inzichten van Esther Hicks en Albert Einstein. Om met de laatste te beginnen: het is onmogelijk om een probleem op te lossen op het niveau waarop het is ontstaan. Ik moest dus een groter perspectief krijgen om weer nieuwe mogelijkheden te kunnen zien (hetgeen erg lang had geduurd).

Van Esther Hicks leerde ik dat je aantrekt waarin je gelooft, wat je verwacht en waar je op focust. Dus als mijn aandacht uitging naar Ik wil hier niet meer zijn, ik wil dit niet meer doen, ik ben dit zo zat, raad eens wat ik dan aantrok? Juist; meer van hetzelfde. God, wat moest ik om mezelf lachen toen ik dit écht doorkreeg en besefte hoe ik mezelf erin vast had gehouden. En ik maar niet snappen waarom het niet goed lukte om in beweging te komen. En maar naar de omstandigheden wijzen. Te grappig.

Eureka; er ging een lampje aan!

Het was dus de bedoeling gevoelsmatig al meer in de buurt te komen van de nieuwe, door mij inmiddels zo gewenste werkelijkheid. Hoe voelde die? Hoe zag ze eruit? Wat waren haar eigenschappen? Hoe zou ik me voelen als ik daar naartoe kon bewegen? Wat zou het nú met me doen als ik zeker wist dat het me zou lukken?

Dit soort vragen (en de antwoorden erop!) begonnen me heel andere gevoelens op te leveren dan die ik van de periode ervoor had gekend. Van frustratie, verveling en ontevredenheid bewoog ik naar dankbaarheid, nieuwsgierigheid en hoop. Van hoop kwam ik naar opwinding en interesse en uiteindelijk waren er af en toe (niet constant) vonkjes van vertrouwen: Dit gaat me lukken.

Op momenten waarop ik het moeilijker kon geloven, zei ik dingen als: Ik gun het mezelf om het in elk geval uit te proberen. Wat heb ik te verliezen? en: Dit wil ik mezelf kunnen vertellen als ik in mijn kist stap: ik heb het volop geprobeerd. Ik wil mijn ogen niet sluiten in de wetenschap dat ik het me maar heb laten overkomen en er niks aan gedaan heb. Allemaal vragen en gedachten die me steeds wat verder sterkten in het aantrekken van een nieuwe werkelijkheid. Ze namen de weerstand weg van onzekerheid en twijfel.

Vraag en antwoord liggen altijd op een andere golflengte

Ik volgde dus het advies van Esther Hicks op. De frustratie verdween als sneeuw voor de zon. Nu zag ik juist weer wat er zo leuk was aan de plek waar ik al jaren werkte. Maar dat betekende niet dat ik ineens wilde blijven. Het was vooral een perfecte springplank naar de vervolgstap: mijn eigen coachpraktijk starten. De afstand tussen tevredenheid en vertrouwen naar de coachpraktijk was ineens zoveel kleiner dan die vanuit angst en frustratie had geleken!

Als je weer bij Einstein terugkomt dan matcht dit verhaal ook met zijn idee dat alles energie is met een eigen trillingsfrequentie. Zoek de antwoorden op de juiste frequentie. Die liggen dus nooit op de frequentie waar problemen of de vraag is ontstaan. Ik wist dat ik het kon uitproberen. Nu, jaren later, ben ik het nog steeds aan het uitproberen. Het gaat heel goed, maar ik gun mezelf nog steeds de ruimte om eventueel ooit nog eens van gedachten te veranderen. Dat is echt vrijheid voor me. Maar een ding weet ik zeker: die ratrace wil ik nooit meer in.

Nadelen van buiten de rat race leven en werken

Dit ga ik ook heel eerlijk beantwoorden. Soms mis ik de adrenaline en andere mannelijke hormonen die bij die wereld passen. Een fijne verslaving, hoor. En dan dingen voor elkaar krijgen waar meer mensen blij mee zijn. Ook mis ik de gezelligheid van samenwerken met leuke collega’s. En het gegeit over niks.

Het foute uurtje dat bij ons rustig de hele dag duurde. Midden in de nacht moeten werken vanwege een technische release en dan allemaal in je joggingbroek naar kantoor en al werkend sushi eten. Het heeft iets. Soms mis ik dat middelbare-school-achtige gevoel dat af en toe lekker was.

Alle gekheid op een stokje, of… een slappe hengel?

Regelmatig mis ik de man (een van mijn favoriete collega’s) die bij vergaderingen waar dat écht niet kon steevast de knuppel in het hoenderhok gooide met opmerkingen als Hier krijg ik zo’n ongelófelijk slappe hengel van. Die nu en dan gewoon buiten zinnen van agitatie en frustratie opstond en wegliep uit een vergadering, onderweg nog even diverse heilige huisjes kapot trappend. Ik houd van die rebellie die er vaak voor zorgt dat het denkkader groter wordt in een groepje mensen.

Het punt van zijn frustratie? Die van velen in grote bedrijven. Namelijk over de dikke stront waar hij doorheen moest om dingen voor elkaar te krijgen. Langs tig schijven die allemaal er allemaal nog even hun plasje over wilden – Oh my, wie heeft díe term toch in het bedrijfsleven geïntroduceerd?

En natuurlijk mis ik soms het kiften bij de koffie-automaat over níks, de feestjes, de complimenten (welke helaas ook in een rijkelijk gevuld e-mailmapje ‘ongewenste berichten’ resulteerde, maar ja). De gezellige lunchwandelingen, de verrukkelijke contradictio in terminis van dat gore, laffe, kleffe broodje Unoxworst bij de visboer en de mooie gesprekken met collega’s.

Coachen op kantoor

Het coachen was op kantoor (en op freelance-basis buiten kantoor) ook al volop aan de gang. Van één directeur kreeg ik steeds expliciet tijd en ruimte om met mensen te praten. Wil jij even een goed gesprek voeren met die en die? Ze loopt ergens op vast. Zo’n gaaf compliment was dat! Mensen kwamen ook heel vaak zelf naar me toe voor ‘een koffietje’.

Soms mis ik het gemak van dingen die al geregeld zijn; zoals een vast inkomen en pensioen opbouwen. En de toffe trainingen zoals de Six Sigma Green Belt in Lean training die ik mocht volgen. Tot slot mis ik (de bila’s met) een paar heel inspirerende directeuren, waar ik ontzettend veel van geleerd heb. Ik zag hen in bepaalde dingen als mentor en voorbeeld.

Voordelen van uit de ratrace zijn

Maar bovenal, en ook onderaan de streep, is mijn conclusie dat beginnen als coach en ondernemer tot nu toe de beste stap in mijn carrière was. Ik doe wat ik met heel mijn hart en ziel leuk vind om te doen. Hierin kan ik mijn talenten kwijt en zie ik het verlangen vervuld om iets bij te dragen voor een ander.

Als ik erin zit voel ik hoe ik op mijn allerbest ben. Hoe ik het beste van mezelf kan geven voor het groeiproces van de ander. Waar ik zelf ook steeds weer zoveel van leer. Ook schrijf ik eindelijk weer! Dat was weggezakt, omdat ik de schrijf-inspiratie kwijt was geraakt in mijn kantoortijd. Ik werk meer dan ooit aan mijn persoonlijke ontwikkeling en het helpt dat dit mooie zelfwerk doorgaans als bedrijfskosten op te voeren is. Heel fijn vind ik het ook dat dit niet alleen voor mezelf is, maar dat anderen (cliënten in mijn coachpraktijk, lezers) er ook de vruchten van plukken.

Van meer naar wat is genoeg voor jou?

Leerzaam vind ik het om mezelf los te maken van het concept meer is de enige weg, zoals ik die in het bedrijfsleven heb leren kennen. Meer omzet, meer winst; het lijkt zo normaal. Maar is het dat ook wel echt, of is het weer een van die maatschappelijke overtuigingen die we onszelf eigen hebben gemaakt? En is het concept dan goed voor ons? Is het de enige weg? Of houden we onszelf hiermee alsnog gevangen in dat molentje van dezelfde ratrace? Met als enig verschil dat je molentje in een andere cavia-kooi staat? Daar lijkt het wel op.

Een wijze vriendin stelde me laatst een, vond ik, briljante vraag. Heb jij eigenlijk voor jezelf vastgesteld wanneer het genoeg is? Wat je maandelijks verdient aan salaris? Of de maandelijkse omzet die je wilt draaien? Ik keek haar even heel verbaasd aan. Wie vráágt zoiets? Ik ben haar er nog dankbaar voor.

Want ook ik ben regelmatig in de ban van die algemene overtuiging dat ik dit jaar beter moet presteren dan het vorige jaar. Where did I see thát before… Ehm. Er is maar een manier om erachter te komen. Testen. Trial and error. En dan weer bijsturen waar nodig of wenselijk. Dus ik ga voor mezelf een ideaal salaris en dito omzet bedenken, met een onderbouwing van het hoe en waarom. Daar ga ik me dan op richten en na een tijdje experimenteren evalueren hoe dat bevalt. Om te zien of dit helpt uit de ratrace van meer, meer, meer te blijven.

Van concurreren naar inclusiviteit

En minder concurrentie? Ik ben liever meer bezig met inclusiviteit, wat veel beter voelt. Dat betekent dat ik niet probeer mijn collega coaches ‘weg te concurreren’, maar ze ook verder help met mijn kennis en vice versa. En dat ik dankbaar ben dat ze er zijn, omdat ik geloof dat er genoeg werk te doen is. Zoveel mensen, zoveel wensen. Dat geldt ook voor het diverse vraag- en dito aanbod verhaal van coaches en hun clientèle. Er is plek voor iedereen. Misschien klinkt dat romantisch, maar ik geloof het echt.

Spiritueel coach en schrijfster Gabrielle Bernstein gaf een verfrissend antwoord op de vraag van een coach die bang was dat er al teveel coaches rondlopen. Honey, when was the last time you turned on the news? We need waaaaaay more coaches and light workers than we have now.’

Los van het systeem en zelf een nieuw systeem neerzetten

En ik heb nu geen stramien van een ander (systeem) meer waarin ik mee moet bewegen. Het is zo fijn om geen verantwoording meer af te hoeven leggen aan een manager. Zeker niet als die arme (doorgaans) weldenkende manager zelf ook weer een onnavolgbaar kader van bovenaf meekrijgt, en beleid moet uitzetten waarvan je aan alle kanten voelt: Zo denk je er zelf eigenlijk ook niet over, vriend.

De firma Doorgeefluik: je kent het wel. Eindeloos frustrerend. Discussie voeren over het hoe en waarom der dingen is volslagen zinloos als de lagen boven je ook aan U vraagt, wij draaien (moeten) doen. En wat te denken van zo’n visie + missie die van het hoofdkantoor (lees: duurbetaald Kleren-van-de-Keizer communicatiebureau presenteert kreet met beeld, hoofdkantoor keurt goed en stuurt door) komen, maar die eigenlijk niemand kan duiden, laat staan toe kan passen in de werk-koers. Uh-huh.

Rapporteren doe ik aan: mezelf

De werkuren kies ik nu zelf. Dat betekent vaak niet uren achter elkaar werken, maar werk en ontspanning met elkaar afwisselen. Veel natuurlijker. Ook volg ik nu eigen plannen en targets. Dat gaat heus niet altijd even effectief, maar moet dat altijd? Wie zegt dat? Hebben we onszelf gek gemaakt in een ratrace waarin alles steeds meer moet zijn, en beter, glimmender en gelikter? Steeds het nieuwste van het nieuwste hebben heb ik toch al nooit begrepen, omdat ik mijn geluk en voldoening op andere plekken vind.

Ik vind het verfrissend om dingen uit te proberen: buiten kaders gaan van wat ik uit het bedrijfsleven kende. Hoe werkt dat? Hoe voelt dat? Wie zegt dat het een verrijking is om elke dag 8 of 9 uren te werken? Wil je misschien nog meer dingen doen in een dag? Wat is voor jou een goede balans tussen de verschillende dingen die je graag zou doen in een dag? And we can do it in the mix. Een ding weet ik wel: ik voel me steeds losser komen van het hachelijke erfgoed van Calvijn en consorten.

Drill instructor: tell me what to do

De afgelopen jaren heb ik veel geleerd van omgaan met de lastigste baas ooit: moi. Zo ontstond tijdelijk een nieuwe ratrace, gemaakt op eigen conto. Toegegeven: ik had wel wat management-trainingen en vooral zelfliefde en geduld nodig. Je leert jezelf namelijk op een heel andere manier kennen als je ineens van A tot Z verantwoordelijk bent, maar je het ondernemerschap initieel glazig in de ogen kijkt. Hoi. En vooral: Help!

De overgang van werken in loondienst naar het ondernemerschap voelde voor mij als de stap van ’t ouderlijk huis naar op jezelf gaan wonen. Volledige vrijheid met dito verantwoordelijkheid op ’t prijskaartje. Maar hee, once you get the knack of it: het is ’t waard. En het leren gaat altijd door.

Andere voordelen van uit de ratrace zijn

In de ruimte van het ondernemerschap voel ik me meer mens, meer levend. Dat gevoel gun ik iedereen. Om écht weer creatief en vol inspiratie te zijn is vrijheid een prachtige bodem, misschien wel een voorwaarde. Geen files, maar doorgaans lekker thuis werken, waar mijn lief ook vaak aan het werk is. Wat een rijkdom! Ik kan de dag starten met een meditatie, tussendoor naar buiten gaan en even een boek lezen in de zon. Met mijn lief lunchen, hem lekker vaak storen, in de baas haar tijd wasjes draaien en even snel naar de bieb gaan.

De ene soort werk afwisselen met de andere; coachen, schrijven, SEO-optimalisatie, administratie en de coachpraktijk schoonmaken en Juffrouw Jannie de koffiejuf uithangen. En natuurlijk drink ik nooit meer van die gore vriesdroogkoffie in een laffig en milieumisdadig plastic bekertje. Al dronken we op kantoor meestal uit onze door de tand des tijds steeds mossiger geworden mok. Jaja. ‘De mossige mok’, een begrip op kantoor.

Niet iedereen ervaart het als een ratrace

Voor iedereen is dat fijne gevoel denk ik op een andere plek en in een ander werkveld te vinden. Sommige mensen zouden absoluut niet zonder het hoge tempo in hun carrière willen en ervaren het hele pakket helemaal niet als een ratrace.

Ze zijn vol bewust en genieten met volle teugen van wat ze doen en hoe snel alles gaat. Ze presteren onder druk en genieten van het steeds leveren. Dat is natuurlijk ook prima; voor elk wat wils. Het ene is niet beter dan het andere. Ik veroordeel het niet, ik wil stilstaan bij het feit dat wat voor de een werkt, voor de ander de hel kan zijn en hoe je daar iets aan kunt doen.

Zie de ratrace als een spel als je erin blijft

Als ik trouwens kijk vanuit verschillende perspectieven naar de ratrace in het bedrijfsleven, dan zie ik het volgende. Wanneer je erin zit en het serieus neemt en het ziet als de (enige) werkelijkheid, dan heb je een probleem. Dan is het kijkkader te nauw om het spel goed te spelen. Want een luchtig spel kan het volgens mij wel worden wanneer je inziet dat het allemaal niet zo héél serieus of wereldschokkend belangrijk is wat er gebeurt in het bedrijfsleven.

Ironisch genoeg denk ik dat je juist dán, met een goede combinatie van zowel speelsheid, relativering, nuchterheid, aandacht, verbinding én respect, tot prachtige resultaten kunt komen. Waar je plezier in hebt. Dat kan denk ik niet als je talenten en wensen elders liggen, of wanneer je vanuit een heel ander perspectief kijkt.

Als het niet (meer) voor je werkt

Uit ervaring weet ik dat het voor heel veel mensen níét werkt. Dat ze het doen omdat ze denken dat het hoort of gewoon is, dat het aan hen ligt dat ze zich er niet prettig bij voelen. Maar dat is echt bull shit. Niks is gewoon in dit universum. Het zijn alleen gewoonten van meerderheden die we onbewust voor de norm of zelfs de waarheid aannemen. Maar mensen, we zijn vrij om zélf de regels op te stellen. Te kiezen waar en hoe we het spel willen spelen. Of dat we een heel nieuw soort(werk)leven voor onszelf gaan ontwikkelen.

Veel werknemers in het bedrijfsleven houden zich stil over hun twijfels. Geldt dat voor jou? Dan ben ik blij dat je dit leest. Denk alsjeblieft niet: Ik moet me aanpassen, en nieuwe skills leren, want ik blijf niet overeind. Ik hoop dat je het voor jezelf wilt onderzoeken om er daarna stappen in te kunnen zetten. Er is niets mis is met je. Ik wil mensen te laten zien dat ze in alle rust en veiligheid kunnen onderzoeken wat voor hen wél goed werkt. En dan: Follow your bliss, zoals Joe Campbell zo mooi zei.

Zit jij in een ratrace en wil je eruit stappen?

Mocht je na het lezen van dit ellenlange (sorry) relaas over hoe ik uit de ratrace stapte denken: Dat wil ik ook’ stuur me dan een berichtje. Als je nog geen idee hebt wat je wilt gaan doen qua werk dan kan ik loopbaancoaching aanbevelen.

En waarom zou ik eigenlijk níét afsluiten met een classic over de ratrace, van een van mijn persoonlijke heldinnen: Dolly Parton. Juist, gewoon doen. Heb ik toch nog m’n kleine foute uurtje 😉


Careerwise Nieuwsbrief

Ontvang het beste van Careerwise: ontdek je talenten, blijf leren, blijf ontdekken en maak het verschil (max. 2x per maand).
jouw voornaam
jouw e-mail
Ik ben...